Correctietekens

Correctietekens zijn gestandaardiseerde symbolen om fouten en verbeteringen mee aan te geven. Ze zijn terug te vinden in NEN 632 van het Nederlands Normalisatie Instituut.

Correctietekens

Fouten in de tekst worden met een van de verwijzingstekens aangegeven in de tekst, en naast de tekstregel herhaald, met daarbij het correctieteken of de correctie zelf.
De tekens [15] tot en met [24] mogen zonder verwijzingstekens in de tekst worden geplaatst, maar dienen naast dezelfde regel herhaald te worden om te voorkomen dat een correctie niet wordt uitgevoerd (omdat de corrector eroverheen kijkt).
De correctietekens [1] tot en met [14] worden níét in de tekst geplaatst.
De letters of woorden waarop correcties [9] tot en met [13] moeten worden toegepast, worden in de tekst omcirkeld. Hetzelfde geldt als het omgekeerde van toepassing is (dus: “niet vet”, “niet cursief”, enz.).
De manier waarop correcties naast de tekstkolom worden aangebracht is in principe steeds ván de tekst af; waar tekst in twee kolommen op een pagina staat, worden correcties alleen buiten de kolommen aangebracht, niet tussen de kolommen in; staan op een bladzijde meer dan twee kolommen, dan worden aparte proefdrukken gemaakt zo dat maximaal twee kolommen naast elkaar op de proefdruk terecht komen.
Als een tekstcorrectie op grote stukken tekst van toepassing is (bijvoorbeeld een hele alinea moet vet of cursief gezet worden), dan wordt naast dat tekstblok een verticale streep getrokken (een horizontaal streepje bij eerste en laatste regel), en daarnaast dan de gewenste correctie.
Waar interlinie moet worden tussengebracht, dan wel verwijderd (tekens [23] en [24] ), wordt zo nodig ook het aantal witregels (omcirkeld) aangegeven.
Probeer dicht bij elkaar staande drukfouten met verschillende verwijzingstekens te benoemen, om in de correctie helderheid te behouden. De enige uitzondering hierop vormen twee identieke drukfouten in één regel zetsel: die geef je met hetzelfde teken aan, bij de correctie naast de kolom wordt dit door een omcirkelde (2x) aangegeven (twee keer toepassen).
Als te corrigeren letters of woorden naast elkaar staan, gebruike men het liefste een horizontaal doorhalend verwijzingsteken /——/.
Als regels in de verkeerde volgorde in het zetsel terecht zijn gekomen, geeft men dit aan als in het volgende tekeningetje:

cor01a

Tegenwoordig gebeurt zetten bijna altijd machinaal, of fotografisch, of middels dtp, dus een aantal van de correctietekens is niet meer nodig. Verkeerd geplaatste of beschadigde letters [1, 3] komen alleen voor bij handzetsel en verkeerd gecorrigeerd zetsel van de Monotype (machine die in losse letters zet); gerezen wit [4] ook alleen bij handzetsel en Monotype®; in lijn en omhoog brengen [16 en 18] zijn in ieder geval voor vaste-regel zetmachines (onder andere Linotype®, Intertype®) nauwelijks voorstelbare correcties.
In tegenstelling tot wat NEN 632 stelt, worden de tekens [6] en [14] waar mogelijk wél (ook) in de tekst geplaatst.

Hieronder enkele niet officiële correctietekens:

afwijkend

Hieronder een voorbeeld van te corrigeren en gecorrigeerde tekst. Links de proefdruk van het oorspronkelijke zetsel, rechts de gecorrigeerde afdruk. Er zijn ook ‘niet officiële’ correctietekens gebruikt. Twee gelijke correcties zijn met ongelijke tekens aangegeven, iets wat bij echte correcties natuurlijk niet hoort.

output-5